Pijlenrit 2020 - deel 1

Op deze plaats is al meer dan eens ter sprake gekomen dat er een verschil bestaat tussen pijlenritten in het algemeen en DE Pijlenrit. Daar begin ik dus niet opnieuw over, maar wel over een analogie: je hebt ritten en je hebt Ritten! 
En de Pijlenrit van dit jaar mag zeker en vast (we hebben ook Belgische lezers) een Rit worden genoemd. De deelnemers hebben kunnen genieten van een werkelijk subliem uitgezette en perfect georganiseerde Rit, met prima wedstrijdkaarten en uitgelezen kaartleesvallen.En - op een half uurtje na - werkte ook het weer mee: in tegenstelling tot wat voorspeld was kende deze Pijlenrit een uitstekend Rittenweertje. De geestelijk vader van dit alles (nou ja, behalve het weer) was Herbert Beltman (Beltman "junior" dus). Gezien de vorige Pijlenrit van Herbert, twee jaar geleden, waren de verwachtingen hooggespannen; Herbert kreeg (op verzoek van de voorzitter) al vóór de start een groot applaus!
 
Voordat ik overga tot het tonen van enkele fraaie kaartleesproblemen eerst nog even aandacht voor twee "schoonheidsfoutjes". Ten eerste had men in de uitnodiging vermeld dat 29 februari, de dag van de Rit, de laatste dag was dat we nog met 130 km/uur naar Twente mochten rijden; dit blijkt niet te kloppen: het mag nog tot 15 maart!
Ten tweede waarschuwde de TwAC-voorzitter ons in zijn welkomstwoord om op onverharde wegen niet te hard door plassen te rijden, omdat daar verraderlijke kuilen onder konden zitten. Hij verzuimde hierbij te vermelden dat er ook gewoon kuilen in die wegen zaten zonder water er in... 
Wel vertelde hij waarom Wim Wegdam (die al héél lang meedoet) had gevraagd om met startnummer 1 te mogen deelnemen: hij zou dan in ieder geval tot de eerste tussenstand op de eerste plaats staan... 
 
Alle gekheid op een stokje, nu gaan we naar de Rit kijken. We beginnen met de route van pijl 1 naar pijl 2 van het ochtendtraject. Ik gebruik het plaatje uit de verstrekte uitleg, onder andere omdat alle relevante wegsamenkomsten daarop al van referentieletters zijn voorzien. Scheelt mij een hoop tekenwerk! 
Even recapituleren: in principe over gele/oranje wegen, als dat niet lukt dan over rood (zo kort mogelijk), en als dat ook niet gaat dan over grijs/wit (ook zo kort mogelijk). En niet herconstrueren op de oude route, maar bij onderbrekingen steeds een NIEUWE route construeren! 
Ik maak (in principe) ook gebruik van de tekst van de uitleg, want die is bij de Beltmans altijd dik in orde, en zeer lezenswaardig. Om in stijl te blijven: het is geen uitleg, maar een Uitleg! Kijk maar:
 
"Direct na pijl 1 wil je een stukje rood vermijden door linksaf te slaan maar dat gaat niet. De route naar pijl 2 is eerst a-b-c-d-e-f-g-h (grijs vermijden). Bij c afpijling. Nu noodgedwongen een stukje grijs meenemen via c-i-j-d-e-f-g-h. Bij e kun je niet richting f. Nu wordt grijs onvermijdelijk en het kortste stukje is hier j-h. Bij j kun je komen zonder grijs via e-k-a-n-a-k-e-d-j. Eerst langs de bemande controle H. Bij lusje n word je gestopt door de 9, maar dat maakt de tocht alleen maar iets korter. Dan weer langs de bemande controle H. Bij j wil je linksaf, maar helaas: een ritpijl naar rechts waardoor je bij i uitkomt. Nu is de route met het kortste grijs i-c-b-a-k-e-d-c-i-j-h. Weer langs de bemande controle H en dan blijkt ook d-c afgepijld! Noodgedwongen weer langs de ritpijl en dan blijken de mogelijkheden behoorlijk uitgeput. De 9 aandoen mag niet vanwege voorkennis, andere lussen nemen veel extra grijs mee en de route met het minste grijs blijkt dan eerst de bemande controle H en daarna onderlangs via controle N. Controle 15 staat al die tijd mooi te wezen maar is een foutcontrole."
 
Vooral die laatste zin viel bij mij erg in smaak (ondanks het noteren van de 15 in plaats van de N)! 
 
Een stukje verderop werden de deelnemers geconfronteerd met deze gele zigzag-situatie (rechts van pijl 3). We citeren weer uit de uitleg:
"In het Ligtenbergerveld is een zigzagroute van gele wegen te vinden. De kortste gele route naar pijl 3 is daarmee ten westen van “De Leiding”. Je wordt gestopt door de 17. Controle 18 terug naar de hoofdweg (om bijvoorbeeld via de rode hoofdweg te vervolgen) is dan fout omdat je nog steeds met alleen geel bij pijl 3 kan komen: via de zigzagroute!" Dat leidt even later (na stempelcontrole D) tot het volgende gezigzag: "In het Ligtenbergerveld liggen keercontroles 1 t/m 5 op een rijtje. Alleen niet keurig op een rijtje, want de 5 heeft voorgedrongen en komt voor de 4. Maar daar raakt niemand van in de war, toch? Eerst de 1. Dan is grijs te vermijden door terug te gaan naar het zuiden en via de rode hoofdweg om de 17 heen te rijden. Dan krijg je de 6. Als je de 18 al had, wordt het missen van de 6 niet extra fout gerekend. Nu wel door het stukje grijs, de 2 laten liggen en de derde zandweg in: de 3. Nu zit er weinig anders op dan verder naar het westen te gaan via wederom een klein stukje grijs. De 5 weer lekker laten liggen en dan de 4 pakken. Weer de route vervolgen naar het westen, en dan blijkt de zesde weg niet te bestaan! Nu niet de zevende weg pakken (dat is heel veel grijs) maar een lusje draaien (8) en terug naar de zandweg met de 5. Dan pak je in totaal namelijk twee stukjes grijs mee die in totaal korter zijn. Na de 5 blijft nog maar één mogelijkheid over en zo komen we bij pijl 3." Over controle 7 wordt niet gesproken, maar je mag pijlen niet zijdelings oprijden, dus die kan nooit goed zijn...
Ik moet trouwens zeggen: het schrijven van een column waarin kaartleesproblemen worden uitgelegd is best leuk werk, waarbij het zaak is om het zodanig op te schrijven dat enerzijds de beginnende (kaart)lezer het kan volgen maar anderzijds het ook voor de gevorderden of zelfs experts leesbaar blijft. Maar als er dan eens een uitzetter is die het al zo goed uitlegt dat er bijna niets meer aan valt toe te voegen, dan is dat ook wel eens relaxed: de columnist hoeft geen tekst meer te verzinnen, want die is al kant-en-klaar. Dank aan Herbert (die je nu ook gastcolumnist zou kunnen noemen). Wat ik overigens nog wel heb gedaan is sommige plaatjes samenvoegen tot één geheel, omdat op een webpagina nu eenmaal meer plaats is dan op een A4-tje.
 
Voordat we overgaan tot het laatste voorbeeld uit het ochtendtraject (het middagtraject volgt t.z.t. in deel 2) mag U eerst zelf weer even kijken of U in de volgende situaties wat bijzonders ziet.
 

Vraag 1 (zie afbeelding links): de lange noord-zuid verlopende weg naar de voet van pijl 4 bevat een stukje rood; daar kunnen we omheen via de gele weg ten oosten daarvan. Daar staat, onder de "H" van "Holten", keercontrole 11. Nu kunnen we - ter vermijding van het rood - een hele lange gele route rijden via de Sprokkelweg, helemaal naar beneden op dit kaartfragment, en dan weer omhoog naar pijl 4. Dat levert op de weg door de "e" van "Rijssen" keercontrole 8 op. Goed of fout?

Vraag 2 (zie afbeelding rechts plus uitvergroting): Na pijl 6 willen we het industrieterrein verlaten via de gele weg a-b. Bij a aangekomen (komend vanaf de cirkel) blijkt er geen weg naar b te bestaan. Dus gedwongen rechtsaf via het rechthoekige lusje (met controle D), en dan via c naar de noordelijke witte uitgang van het industriegebied (niet via de kronkelige gele, want die eindigt bij b op een bermlijn). Goed of fout? 

Bonusvraag: Na enige omzwervingen blijken we uiteindelijk bovenlangs te moeten, via "Bergesch" en "Notter", en dan helemaal rechtdoor tot de gele parallelweg van de rode weg, en zo naar pijl 7. Goed of fout?

 

 
Zoals beloofd nog één voorbeeld uit het ochtendtraject: de route van pijl 7 naar pijl 8; zie het volgende kaartfragment. Ik zie niet in waarom ik Herbert niet nog een keer aan het woord zou laten. Dus (met een enkele toevoeging mijnerzijds, cursief): "Na pijl 7 is de route initieel a-b-c-d-e-f-g-h-i-j. Het blijkt dat d-e niet kan omdat je dan het talud moet afduiken. Je wil een lusje draaien om dan c-e te pakken. Het eerste lusje lukt niet omdat je niet linksom n-o-p-n blijkt te kunnen gaan (o-p is afgepijld). De tweede lus wordt gestuit door de 32. Nu wel via c-e en langs de R. Het stukje f-g blijkt niet te bestaan en je komt bij k uit. Op dit moment maakt dat weinig uit, je kan direct naar g maar je weet nu wel dat e-f-g geen optie meer is. Even later blijkt h-i afgepijld. Grijs (bijvoorbeeld h-b-a-m-h-g-k-q-i-j) is nog steeds te vermijden door h-m-a-b-c-d-n-p-o-n-d-c-b-a-m-h-g-k-q-i-j. Het lusje dus rechtsom nemen! Dat levert de 31 op (en dus niet de 33 als je de tweede lus andersom neemt) en even later de F met HKL, waardoor je direct bij pijl 8 uitkomt." En dat klopt als een bus.
Tot zo ver deel 1 van deze Pijlenrit. Een pittige Rit! De verdere planning is als volgt: eind maart Turfschiprit, begin april Botterronde deel 2, eind april Pijlenrit deel 2, begin mei gastcolumn, eind mei Krabbenrit. Voorlopig nog stof genoeg!
 
Maar nu eerst nog de antwoorden op de hierboven gestelde vragen.
Vraag 1: Fout! Geen spoorwegovergang (zie blauwe pijl). Vraag 2: Fout! Rode weg niet gezien (zie blauwe pijl), ondanks de uitvergroting? Die valt ook niet echt op tussen al die rode gebouwen... Oplossing dus: nog een rondje langs controle D.
Bonusvraag: Fout! De "rechtdoorgaande" weg gaat niet rechtdoor (zie blauwe pijl)!
De weg eromheen was trouwens verlegd, waardoor je gedwongen werd toch rechtdoor te gaan. De val in de val...
 
En natuurlijk een nieuwe aflevering van Na(vigatoren)-praat. Ziehier:
 
Na-praat 7:  RACETIPS VOOR RALLYRIJDERS  -  door Frits Wessels, circa 1971
 
Het is volkomen begrijpelijk dat een snel rallybestuurdertje wel eens verlost wil worden van die eeuwig vertragende factor, genaamd navigator. Zo'n hinderlijk figuur die als een hond achter alle bomen wil snuffelen drukt het tempo meer dan een ontregelde ontsteking. Sommige doorzetters verdwijnen dus richting racerij, waarbij het rijden zonder navigator vaak het einde betekent voor deze afvalligen. Letterlijk en figuurlijk dan.
Een doorgewinterde rallyrijder moet wèl even omschakelen op racen, getuige onderstaand verslag, opgetekend uit de mond van onze bekende rally-kampioenschapsequipe Blaser-Dwaler.
 
"Na het winnen van de 12 uren van Ieperen kwam er ene Huskie van Kipstein of iets dergelijks vragen of ik iets voelde voor de 24 uur van Le Mans. Nooit van gehoord maar het klonk goed, dus we zeiden van ja, vooral toen hij een auto aanbood van het ons onbekende merk Prototype. De man mompelde bezorgd iets over trainen en was erg verbaasd toen we hem vertelden aan een tripmaster en een flexilight genoeg te hebben, als men ons van tevoren even vertelde waar de achteruit zat. Het viel wel tegen dat er maar één serviceploeg ter beschikking stond die, naar we begrepen, alleen in een dorpje genaamd Pits zou staan. We konden dat op de kaart niet vinden, maar hij maakte ons duidelijk dat het niet te missen was. Enfin, toen we in Le Mans kwamen was er toevallig net kermis. Het moet trouwens een bekend oord voor hippies zijn, want er lagen nogal wat slaapzakken in de open lucht. We wilden de auto wel eens bekijken en die zag er formidabel uit. Dwaler meende in de Autorevue wel eens zoiets gezien te hebben, maar we wisten niet dat zulke modellen ook in rally's gebruikt werden. Wie schetst echter onze verbazing toen bleek, dat de ontwerper de navigator vergeten was. Afklapteller en flexilight zaten er ook al niet in, dus Dwaler op hoge poten naar die ondeskundige knoeier Huskie. "Ik stuur geen overbodige ballast mee!", zie die. Had je dat verdwaasde gezicht van Dwaler moeten zien! Ze kregen ruzie en Dwaler mocht niet mee. De rest was ook met de Franse slag georganiseerd. Geen mens kon vertellen waar de routeopdrachten en controlekaarten uitgereikt werden, alleen de starttijd wisten ze. Kennelijk was daar ook iets niet mee in orde, want ik sprak meerdere deelnemers die dezelfde starttijd hadden als ik!
 
Vlak voor de start komt er nog iemand een loodzware overall brengen! Maar ik rijd altijd in mijn colbertje, omdat ik anders mijn sigaretten en zo niet kwijt kan. Hij bleef aandringen en ik dacht ineens te begrijpen, dat hij veronderstelde dat ik bij de brandweer was. Nadat ik hem moeizaam uitgelegd had dat ik deelnemer was, liep de man verbaasd weg. Ik had nog steeds geen routebescheiden, maar begon te vermoeden dat we geneutraliseerd naar de eigenlijke start zouden rijden. De overige deelnemers bleken voor het merendeel showbinken te zijn, want ik snap niet waarom ze anders om de haverklap met krankzinnige snelheden langs het kermispubliek raasden. De kerels die niet zo opschepperig hard dorsten te rijden, probeerden het publiek met lawaai te imponeren door telkens plankgas te geven in hun geparkeerde auto's, dé manier om verbrande kleppen te fokken. Ik hield overigens m'n hart vast voor de preparatie van de auto, want het kreng wilde onder geen voorwaarde fatsoenlijk stationair blijven lopen.
 
Nadat alle auto's geparkeerd waren begon er een toeter te loeien. Nu rijd ik graag met een laag startnummer om zo weinig mogelijk trage figuren voor me te hebben en ik hàd een laag startnummer. Dus toen ik een aantal bestuurders met een veel hoger startnummer plotseling naar hun auto zag rennen om voor te dringen heb ik even een sprintje ingezet en zat er als eerste in. Sommige idioten hadden duidelijk te veel haast om hun veiligheidsgordel om te doen want toen ik eindelijk wegreed, zat ik midden tussen de anderen. In de eerste bocht zie ik opeens een official met een gele vlag zwaaien. In de verwachting dat daar de starttijdcontrole was, stop ik .... Begint me daar die official krankzinnig te zwaaien dat ik door moest rijden (overigens had ik wel geluk met die vergissing: om de hoek hadden een paar deelnemers elkaar een paar spatborden afgetroggeld). Brandweer en ziekenwagen waren al aanwezig, maar het gebeurt toch zelden dat de politie bij een rally-ongeluk schittert door afwezigheid?! Meestal lijkt het alsof die achter iedere boom staat te wachten. Enfin, ik dus op zoek naar de blauwe vlag. Die zag ik veel te laat, net op het moment dat ik ingehaald werd in de bocht, waar dat helemaal niet kon. Die deelnemer raakte dus volkomen verdiend van de weg en prompt begon die official weer met de gele vlag te wapperen. Vanaf dat moment heb ik alle tijdcontroles verder laten liggen en er de sokken in gezet. 
 
Tsjonge-jonge, wat liep die wagen liederlijk hard, ik haalde de ene na de andere deelnemer in totdat het me begon op te vallen dat het telkens dezelfde waren. Ik kreeg het vermoeden dat  die jongens een kortere weg namen. Maar het gekke was dat ik in 24 uur geen enkele zijweg heb gezien, dus ik begrijp nog niet hoe die kerels dat presteerden. Wel kreeg ik hoe langer hoe meer het idee, dat ik de route al eens eerder gereden had; ik kon me alleen niet meer herinneren wanneer. Waarom ze trouwens zoveel tribunes langs de Franse wegen bouwen is me een raadsel. Zeker voor de Tour de France! 
         
Na een halve dag begon ik behoefte te krijgen aan benzine en aan de serviceploeg voor nieuwe banden en remblokjes. Ik hoopte snel het dorpje Pits te zien want er was geen benzinepomp meer open langs de weg. Plotseling zie ik Dwaler langs de kant zwaaien en ja hoor ..... eindelijk. Snel servicen. Dwaler mompelt iets over hoogst geklasseerd staan dus die rekenkamer werkte daar wèl snel. De laatste 12 uren vielen hard mee. De meesten schenen - hoe is het mogelijk met zo'n route - verdwaald te zijn, want ik haalde er steeds minder in. Uiteindelijk had ik er bijna 24 uur opzitten en begon naar de finish uit te kijken. Staat me daar opeens een figuur met een zwart/wit geblokte vlag midden op de weg te zwaaien. Ik haal fors uit en kan hem nog net ontwijken, maar een poosje later staat er weer een, die nog veel meer misbaar maakt. "Levensmoe zeker?" vraag ik. Het antwoord heb ik niet meer gehoord, want het Franse publiek begon midden op straat een feestje te bouwen met champagne. Ik krijg een lauwerkrans om, zoenen van leuke meisjes, kortom, formidabel! Er was geen doorkomen aan, dus ik dacht dat ik beter kon blijven feesten en de rally de rally laten. Laat ik ook nog een grote beker krijgen ..... levensgroot ..... met de mededeling dat ik gewonnen heb. Hoe dat mogelijk is zonder één controlestempel, zonder officieel gefinisht te zijn is me nu nog een raadsel, maar Dwaler keek behoorlijk op zijn neus."

 



Login

Inloggen voor NRF-functionarissen